Het warme, zonnige weer is ’s nachts omgeslagen in mistig en somber weer. Aan dek staat een stevige bries en naarmate het middaguur nadert hangen er meer en meer mensen over de reling vanwege de golven. Vreemd hoe zo’n massief schip toch zo heftig kan schommelen. Dit weertype is erg ongebruikelijk voor Tunesië en de hoge vochtigheidsgraad verraadt dat we in Afrika zijn. Om drie uur arriveert het schip in Goulette Nord. Een gedeelte van de haven, waar in de oude historie de onneembare haven van Carthago lag. En dan volgt de douane procedure, die eigenlijk nog relatief snel verloopt. Met deze douane weet je het maar nooit, getuige ervaringen in voorgaande jaren. Papieren worden zo maar ingenomen. Check, check en dubbelcheck wordt hier wel heel letterlijk genomen. Ook door mensen die zich voordoen als “hulpje” om voor jou een snelle douaneprocedure te regelen. In Nederland kennen we zoiets niet, in Tunesië is het cultuur. Echt helpen doen ze overigens meestal niet. Het kost je wel een paar T-shirts of iets anders. Het havengebied is veel te klein om zo veel auto’s in zo’n korte tijd te verwerken en er heerst dan ook complete chaos, zoals je dat weleens in speelfilms ziet. De immense MAN trucks trekken weer veel belangstelling en dat werkt ongetwijfeld in het voordeel om doorgelaten te worden. Na ruim een uur staan we buiten de poort. Muurvast, op een rotonde en tegen de rijrichting in. Alweer chaos, maar waarschijnlijk vanwege hun afmetingen wordt er voor de VeKa-trucks opzij gegaan en kruipen we naar een veel grotere rotonde. Onder toeziend oog van de president van Tunesië, die overal staat afgebeeld op mega posters, negeert Bert Jan Richters nog twee borden met een inrijverbod en komen we bij de bank aan om te pinnen. En om cola, snickers en worsten in de cabine te laden, aangezien er weer een rit van zo’n zeshonderd kilometer staat te gebeuren.

De route zakt vanaf Tunis naar beneden over de A1 naar Sfax. De regen blijft maar vallen en je waant je eigenlijk gewoon in Europa, want de rijksweg ontvouwt zich als een keurige vierbaans snelweg. Alleen stoppen er wel erg veel auto’s onverwachts aan de kant. Na Sfax volgt Skhira en daarna een lange weg naar Gabés. Gaandeweg verandert de omgeving. Van een betrekkelijk groen landschap wordt het steeds meer zand en ook de dorpen veranderen van sfeer. De huizen zijn overwegend wit en van een soort zandsteen. Ondanks de regen zijn er betrekkelijk veel mensen op de been, die bivakkeren op de goed gevulde terrasjes. De geslachte schapen hangen uitgestald op dezelfde terrasjes, om aan te tonen dat je vers vlees krijgt. We passeren een grote betonfabriek en ondanks de donkerte kun je zien dat de hele omgeving rondom de centrale grijs is. En af en toe wordt de weg ineens geblokkeerd door een politiecontrole. Vanwege de regen blijven de agenten in hun hokje zitten en na een beetje zwaaien kan er gewoon doorgereden worden. Ze komen hun hok niet uit. Dat de Tunesiër geen regen gewend zijn blijkt wel uit de waterafvoer op de weg. Midden in de dorpen staat het soms helemaal blank. Omstreeks één uur komt het VeKa konvooi aan bij het hotel en kan er met de eerste andere teamleden kennis gemaakt worden. De tweede rally-MAN met kenteken BP-TR-45 heeft een Duitstalige rijdersbezetting met Franz Echter (rijder) , Detlef Ruf (navigator en coördinator) en Arthur Klein (engineer). Zij waren al gearriveerd en de hereniging van de “Dakar maten” was een feit.