Biografie

Geboortedatum: 25 April 1957
Geboorteplaats: Oss, Nederland

Cor Euser. Het grote talent. De allrounder, die hard gaat met letterlijk alles wat is voorzien van wielen en een motor. De bijna twintigvoudige kampioen. Maar ook de man die niets cadeau kreeg. Die alles met eigen handen opbouwde en onverzettelijk doorging na tegenslagen. Een piepklein overzicht van gebeurtenissen en anekdotes rond de coureur waarover met gemak een erg dik boek valt te schrijven.

Het begin
Motorsport was niets voor Cor. “Als zeventienjarige had ik een driecilinder 500 cc motor. Of eigenlijk: de motor had mij.” Met als resultaat de nodige valpartijen. Geld om te gaan racen was er niet in het gezin Euser. “Mijn vader was slager en kon de autosport niet bekostigen, racen was ook voor mij financieel niet haalbaar. Dus kocht ik auto’s van maximaal 250 gulden , waar ik alles van afzaagde wat ik niet nodig had. Ik monteerde een rollbar en klaar was mijn auto voor autocrosswedstrijden. In die periode heb ik wel geleerd om een auto onder controle te houden.”

In de winter van 1979/1980 volgde Cor de racecursus van de Cenav Rensportschool. De 22-jarige slager was dé ontdekking. Marlboro zag meteen de potentie en nam hem op in het Marlboro Racing Team Holland. Zijn teamgenoten: Huub Rothengatter en Arie Luyendijk. Cor kocht een Crosslé Formule Ford 1600. Geen nieuwe, want die kostte 26.000 gulden en dat geld was er niet. Na de eerste race van het seizoen 1980 wist iedereen meteen wie Cor Euser was. De ‘slager uit Oss’, zoals de speakers hem noemden, won zijn eerste race. Dat seizoen werd hij meteen Nederlands- en Beneluxkampioen.

Handen uit de mouwen
Euser was slager en had dertig medewerkers in dienst. “Ik nam in die tijd werk aan, bijvoorbeeld het slachten van varkens. Dan stond ik om vier uur ‘s nachts varkens doormidden te hakken. Daarna reed ik als een speer naar Zandvoort.”
Ayrton Senna
In het begin van de jaren ’80 behoorde Cor al tot de Europese top in de Formule Ford 2000, een klasse die valt te vergelijken met de hedendaagse Formule Renault 2000. “Ik reed in die dagen tegen rijders als Ayrton Senna, Jean Alesi en Mauricio Gugelmin, allemaal mannen die de Formule 1 hebben gehaald. De Formule 1 was natuurlijk ook mijn doel.”
Senna en Euser hadden niet dezelfde kansen. “Ayrton reed als fabrieksrijder in een gloednieuwe Formule Ford 2000, ik in een auto van een jaar oud. Ik werkte in die tijd nog als slager en had nauwelijks budget. Voor de eerste race van het seizoen huurde ik een Formule Ford 2000 voor 2500 gulden, waarna ik weer 2500 gulden bij elkaar sprokkelde voor de volgende race. Voorafgaande aan een race op het circuit van Hockenheim had ik toch de leiding in de tussenstand in handen. Op Hockenheim ging het niet goed. Mijn auto had noodgedwongen de hele nacht buiten gestaan en was volgeregend. Mijn monteurs boorden een paar gaten in de auto om het water weg te laten lopen.”
” Ik had een goede start, ik kwam als eerste op de eerste bocht af. Toen ik remde, gebeurde er bijna niets. De voorwielen blokkeerden, de achterwielen draaiden gewoon door. Het resultaat was een koprol en het einde van mijn race. Waarschijnlijk had er een jongetje in mijn auto gezeten en aan de knop van de rembalans gedraaid.”

Tegenslag
Met keihard werken, keihard rijden en zijn talent belandde Cor toch al snel in de Formule 3000, het voorportaal van de Formule 1. Cor, vanaf 1984 professioneel autocoureur, had zowaar voldoende sponsorgeld. Toch liep het anders dan hij had gehoopt. “Ik reed voor een gerenommeerd Brits team en kreeg een splinternieuwe March. In de eerste training was ik vierde, achter drie Ralts. Ik was dus de snelste March-rijder. Een race later reed ik opeens achteraan. Mijn auto wilde gewoon niet. Het was weer het oude liedje. Mijn geld was gebruikt om de Engelse rijders van het team te helpen, ik had het nakijken.”

Tegenslag (2)
In 1991 debuteerde Cor in de Indycars, de Amerikaanse tegenhanger van de Formule 1. Hij reed voor het team van Tony Bettenhausen en maakte indruk door in zijn eerste race als tiende over de finish te komen. Cor’s manager zou vervolgens de zaak beklinken voor het seizoen 1992. “Ik hoorde niets meer van Betttenhausen. Toen ik later contact met hem zocht, hoorde ik dat mijn manager het had laten afweten. Ik was te goed van vertrouwen geweest. Zo’n kans als ik kreeg, krijg je maar één keer in je leven. Die kans heb ik niet benut en dat is heel jammer.”
Ayrton SennaIn het begin van de jaren ’80 behoorde Cor al tot de Europese top in de Formule Ford 2000, een klasse die valt te vergelijken met de hedendaagse Formule Renault 2000. “Ik reed in die dagen tegen rijders als Ayrton Senna, Jean Alesi en Mauricio Gugelmin, allemaal mannen die de Formule 1 hebben gehaald. De Formule 1 was natuurlijk ook mijn doel.”Senna en Euser hadden niet dezelfde kansen. “Ayrton reed als fabrieksrijder in een gloednieuwe Formule Ford 2000, ik in een auto van een jaar oud. Ik werkte in die tijd nog als slager en had nauwelijks budget. Voor de eerste race van het seizoen huurde ik een Formule Ford 2000 voor 2500 gulden, waarna ik weer 2500 gulden bij elkaar sprokkelde voor de volgende race. Voorafgaande aan een race op het circuit van Hockenheim had ik toch de leiding in de tussenstand in handen. Op Hockenheim ging het niet goed. Mijn auto had noodgedwongen de hele nacht buiten gestaan en was volgeregend. Mijn monteurs boorden een paar gaten in de auto om het water weg te laten lopen.”" Ik had een goede start, ik kwam als eerste op de eerste bocht af. Toen ik remde, gebeurde er bijna niets. De voorwielen blokkeerden, de achterwielen draaiden gewoon door. Het resultaat was een koprol en het einde van mijn race. Waarschijnlijk had er een jongetje in mijn auto gezeten en aan de knop van de rembalans gedraaid.”

Marcos

In de jaren ‘90 maakte Cor op TT Circuit Assen voor het eerst kennis met een Marcos. Hij zag meteen de potentie van de auto en richtte in 1994 Marcos Racing International op. Samen met onder meer Joop Kok van KMS Racing Engines begon Euser aan de doorontwikkeling. In 1995 beschikten ze over een 440 pk sterke Marcos, in 1997 was het al 580 pk uit een 5,9 liter Ford V8. In 1998 werd de cilinderinhoud vergroot naar 6,9 liter. ‘La Bomba’, noemden de Spanjaarden de Marcos LM600 waarmee Cor in 2000 het Spaans GT kampioenschap won. Treffender kunnen we het niet omschrijven.

Technicus

Cor Euser kan niet alleen heel hard autorijden, hij is ook een meester in het afstellen van auto’s. Cor reed in het begin van de jaren ’90 voor Spice in het WK Groep C (sportprototypes). “De technici van de fabriek waren destijds zeer onder de indruk van de manier waarop ik het gedrag van de auto kon beschrijven. Het is mijn voordeel dat ik een auto snel kan opzetten. Ik rijd twee rondjes, dan weet ik wat ik aan de afstelling moet veranderen.”

Als teameigenaar en als technicus heeft Cor veel successen behaald. In 1990 won hij met het BMW Dealerteam het Productie Toerwagen kampioenschap. Van 1993 tot en met 1995 won hij drie keer op rij als teameigenaar de Nederlandse titel in de klasse Toerwagens tot 1400 cc met het Rover Dealerteam. Sinds 1995 boekt hij als rijder en als teameigenaar succes op succes met zijn zelf ontwikkelde Marcos-racers.

Hard werken

Met hard werken bouwde Cor zijn Marcos Racing International uit tot een internationaal gerespecteerd team. Het is Cor niet aan komen waaien. Hij steekt de handen uit de mouwen en verwacht dat ook van anderen. “Luie mensen moeten bij mij uit de buurt blijven. Er zijn meer dan genoeg mensen die iets voor elkaar willen krijgen zonder er iets voor te doen. Zo zit ik niet in elkaar. Als kind moest ik al om vier uur opstaan om de kalveren te voeren.”

Een Leopard-motor kan kapot

Tot slot nog een bijzondere anekdote die niets met autosport heeft te maken. In 2002 kreeg Cor een uitnodiging om met een Leopard-2 tank te ‘ gummen’. Zo’n tank weegt 60.000 kilo en wordt aangedreven door een 1600 pk sterke V12. Cor kreeg een ultrakorte briefing en gaf vervolgens meteen vol gas. Hadden we niet al vastgesteld dat Cor hard kan gaan met alles op wielen en met een motor? Cor wende snel aan de bijna vier meter brede Leopard. Hij vloog over kuilen en steile heuvels. Op een gegeven moment begon de motor in te houden en verloor de Leopard snelheid. Plotseling kwam er een enorme rookwolk uit de uitlaat en ging het automatische blussysteem af. Uit alle hoeken en gaten kwamen allerlei militairen aangelopen en aangereden. Zo’n Leopard-motor is toch onverwoestbaar? Cor stond erbij, met een grijns op zijn gezicht, en keek ernaar.

Naar boven